IT-begrippen die je maar beter (niet) kent

In welke sector je ook werkt, er is altijd wel vakjargon te vinden. Maar de IT-sector spant de kroon, nergens anders zijn er zoveel specifieke termen of onderling gebruikte afkortingen die voor onduidelijkheid en verwarring zorgen. 

Wil je meer weten over die geheime codetaal? Lees onze verklarende IT-begrippenlijst:

PEBCAK

Een populaire IT-term onder netwerkingenieurs en IT-afdelingen die staat voor ‘the problem exists between chair and keyboard’. Dit wordt gezegd over users die hun IT-problemen onterecht aan het systeem of computer wijten.

PFM

Wanneer een probleem na slechts enkele seconden al is opgelost, is dit Pure Frigging Magic.

CODE 18

Wanneer het probleem zich 18 inches vóór het scherm bevindt, spreekt men van een code 18. 

EEOC

‘Equipment Exceeds Operator Capabilities’ klinkt zo technisch dat het niet als een belediging opgevat wordt. Wist jij dat “Kijk, we hebben alles geprobeerd. Het zal gewoon een EEOC zijn. Ik kan niets voor je doen” eigenlijk een beleefde ‘Je bent niet slim genoeg voor de apparatuur die je gebruikt” is?

PICNIC

Makkelijk te onthouden: Problem In Chair Not In Computer. Zegt genoeg, nee?

KBBC

Werkt het keyboard niet meer werkt omdat iemand (hoogstwaarschijnlijk jijzelf) er een kopje koffie over morste of omdat de kat er ging op liggen? Dan is dit een duidelijk geval van KBBC: Keyboard Blocked By Cat/Coffee.

RTFM

Read The F*cking Manual, het is een term die softwareontwikkelaars vooral onderling gebruiken, maar nooit aan klanten zullen melden. Wil je toch beleefd duidelijk maken dat een vraag vermeden had kunnen worden, zeg dan ‘Read The Fabric Manual’.

LAYER 8

Wanneer iemand je zegt dat je pc-probleem een ‘Layer 8’-issue is, dan zegt hij of zij op een vriendelijke manier dat jij, de persoon zonder IT-diploma, de oorzaak bent.

UPI

Een User Perception Issue is een probleem door gebruikerservaring. Of het gebrek eraan.

Hier volgen een aantal IT-begrippen die je beter wel kent:

HOSTNAAM

Met een hostnaam wordt elke computer of server geïdentificeerd op een netwerk. Deze naam kan van alles zijn, maar mag je niet verwarren met een domeinnaam (de link of url die je intypt of aanklikt om iets of iemand te vinden).

IP-ADRES

Elke computer die aangesloten is op het internet of een netwerk heeft een uniek nummer waarmee hij zichtbaar is voor alle andere computers op het net. Dit is het IP-adres en is meestal gekoppeld aan een bedrijf of instantie. 

PUPPET MASTER

Heb je meerdere servers te configureren, dan kan je dat onmogelijk manueel doen. Puppet is een tool die ervoor zorgt dat dit proces automatisch verloopt.

BIG DATA

Dit is letterlijk een enorme hoeveelheid gegevens -gestructureerd en ongestructureerd- die een bedrijf dagelijks te verwerken krijgt. Alles draait om big data. De bekendste voorbeelden zijn Facebook met data zoals interesses, sociale connecties en voorkeuren, Netflix met data over kijkgedrag en Spotify met data over luistergedrag.

DEVOPS

Klinkt als een soort ‘aliens’, maar dit zijn individuen of bedrijven die technologie gebruiken om betere producten en diensten te creëren dan de analoge versies die er al bestaan. Denk bijvoorbeeld aan de makers van dieet- en fitnessapps die klanten afsnoepen van traditionele dieetorganisaties.

CLOUD COMPUTING

Eigenlijk is dit een metafoor voor ‘internet computing’. Het houdt in dat allerlei IT-diensten via internet verleend worden zodat de eindgebruikers altijd en overal toegang hebben tot hun software en applicaties. 

XAAS

Staat voor ‘anything as a service’ en is eigenlijk gewoon een voorbeeld van internet computing.

Ken jij deze IT-termen als geen ander en ben jij een IT-specialist bij wie klantvriendelijkheid écht op de eerste plaats komt? Wij hebben wij een leuke IT-job voor jou!